Van Kopten naar Kruisvaarders

Te zien vanaf voorjaar 2020

Als het christendom in Egypte geïntroduceerd wordt, slaat dat aan. De Joodse gemeenschap bekeert zich als eerste, waarna het christendom zich verspreidt. Christenen worden eerst nog met argusogen bekeken en zelfs meerdere keren vervolgd. Maar na de erkenning van het christendom door Keizer Constantijn de Grote in de vroege vierde eeuw, groeit het aantal kerken snel.

Egyptische christenen ontwikkelen een eigen schrift, het koptisch. Zo kunnen ze de gesproken Egyptische taal met aangepaste Griekse letter schrijven. Dit schrift wordt vooral gebruikt door een groeiende groep gelovigen die zich terugtrekken. Bekend is St. Antonius, die zich terugtrekt in de woestijn. Duizenden volgen zijn voorbeeld. Sommigen leven als kluizenaars en anderen in groepen. Verhalen over deze Egyptische beweging vormen een belangrijke inspiratiebron voor latere Europese monniken en nonnen. In de zevende eeuw wordt het Midden-Oosten en Egypte door de islamitische Arabieren veroverd. Meerdere malen wordt vanuit het Middeleeuwse Europa geprobeerd om het Heilige Land te veroveren, met name omdat Jeruzalem een belangrijk pelgrimsoord is. Dit kennen we nu als de Kruistochten.

De kopten mummificeren hun doden niet, maar ze wikkelen ze nog wel in kleding en stoffen banden. Door de droogte van de Egyptische woestijn zijn daarom veel rijkversierde kledingstukken bewaard gebleven, maar ook geschriften op papyrus. Ook worden in de honderden kloosters belangrijke historische documenten en geschriften bewaard. Deze kloosters vormen daarmee als het ware een intellectuele brug tussen de Oudheid en de Middeleeuwen.