6 Juni

Symposium: ‘Ademloos luistert mijn Lied: nieuwe perspectieven op Jacob Israël de Haan’

Aanmelden
  • Datum 6 juni
  • Tijd 12:30 - 17:00
  • Prijs Aanmelden

 

Jacob Israël de Haan: een veelzijdige, zelfs kameleontische auteur, die honderd jaar na zijn dood nog steeds tot de verbeelding spreekt. De Haan was schrijver van schandaalromans en een geducht polemist, maar evengoed een nauwkeurig redenerende rechtsgeleerde, een openhartige dichter van religieuze poëzie – en zo had hij nog wel meer gezichten. Hoe blikken we terug op de veelkantige De Haan? In dit symposium staan werk, leven en Nachleben van de schrijver centraal: welke vragen werpen werk en leven van De Haan op? En welke antwoorden heeft hij te bieden op de vragen van lezers uit de wereld van 2024? Het symposium bestaat uit een lezing over De Haan als dichter van het Joodse lied en een panel van drie presentaties, waarin wordt ingegaan op de culturele herinnering aan de auteur, de rol van masculiniteit in zijn werk, en het belang van de homobeweging voor de canonisering van De Haan.

12:30 Inloop

13:00 Lezing Prof.dr. Bart Wallet (Universiteit van Amsterdam)

De Dichter van Het Joodse Lied: Jacob Israël de Haan over poëzie, jodendom en (anti)zionisme
In de negentiende eeuw ontspon zich een debat over de vraag of joden nog wel poëzie zouden kunnen schrijven – en als ze dat deden, wat was dat dan eigenlijk, joodse poëzie? In dit debat positioneerde de Amsterdamse dichter Jacob Israël de Haan zich zelfbewust, hij schreef twee bundels onder de titel Het Joodsche Lied en tooide zich met de titel ‘Dichter van het Joodsche Lied’. Maar wat bedoelde hij daar precies mee? In deze lezing gaan we na hoe De Haan zijn joodse poëzie vormgaf en hoe hij daarin zijn visie uitdrukte op de complexe verhouding dichtkunst, jodendom en (anti-)zionisme.

13:45 Pauze (30 minuten) met koffie en thee

14:15 Presentatiepanel (1 uur (=3×20 min.) + 30 minuten discussie)

Dr. Sven Vitse (Universiteit Utrecht) Over gedrag en identiteit: mannelijkheid en affect in Pijpelijntjes
Pijpelijntjes (1904), het romandebuut van Jacob Israël de Haan, staat bekend als een schandaalroman: een roman waarin openlijk over homoseksueel gedrag en over geweld binnen een relatie geschreven wordt. Wie de roman vandaag leest, wordt (misschien) meer getroffen door het intense verdriet dat hij uitdrukt, dan door zijn sensationele taboedoorbrekende karakter. De roman besteedt veel aandacht aan het gevoelsleven van de hoofdfiguren, Joop en diens vriend en tentatieve liefdespartner Sam. In deze bijdrage wil ik de verschillende constructies van homoseksuele mannelijkheid (of mannelijk homoseksueel gedrag) analyseren als een conflictueuze structuur in een heteronormatieve context. Daarbij schenk ik bijzondere aandacht aan de affectieve ervaringen en verhoudingen die in dit spanningsveld ontstaan, gaande van Joops terugkerende somberheid tot Sams gewelddadige en sadistische neigingen. Ik tracht ook betekenis te geven aan de opvallende verschuiving van ‘ziekte’ in de roman: waar eerst Joop als ziek wordt gekarakteriseerd is het uiteindelijk Sam die – in een variatie op een naturalistische plot van ontnuchtering – ziek wordt en sterft nadat hij besloten heeft te trouwen. In hoeverre laat dit verhaal zich lezen als een ontluikende emancipatie van een als identiteit omarmde homoseksualiteit?

Lieke von Berg, MA (Radboud Universiteit Nijmegen) Vele werkelijkheden, uiteenlopende sympathisanten: de rol van de homobeweging bij de canonisering van Jacob Israël de Haan

Het geijkte verhaal over de canonisering van Jacob Israël de Haan is dat de aandacht voor en waardering van De Haan opkwam in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, in het kielzog van de homo-emancipatie. Een blik op de editiegeschiedenis van werk van De Haan toont dat de hernieuwde belangstelling niet louter zijn oorsprong vond in die hoek. Bij De Haans 70e sterfdag in 1994 merkt Ludy Giebels al op dat ‘de vele werkelijkheden van De Haan’ maken dat hij ‘heden ten dage nog wordt herdacht door de meest uiteenlopende sympathisanten’. Dat zien we ook terug in diverse discussies en polemieken rond uitgaven van zijn werk. Wat is de rol geweest van de homobeweging bij het ‘opvissen’ van De Haan en hoe verhoudt die rol zich tot die van sympathisanten uit andere hoeken? Met deze bijdrage breng ik in kaart wie zich tot nu toe beijverd hebben om het werk van De Haan onder de aandacht te brengen, op welke manier zij dat hebben gedaan en welke spanningen dat heeft opgeleverd.

Dr. Agnes Andeweg (Universiteit Utrecht) De culturele herinnering aan Jacob Israël de Haan
In mijn bijdrage zal ik ingaan op de culturele herinnering aan Jacob Israël de Haan. Wie hielden de herinnering aan De Haan en zijn werk levend, wanneer, en waarom? Wat precies werd er van hem herinnerd? Ik maak onderscheid tussen verschillende vormen van culturele herinnering – meer en minder publiek, daarbij voortbouwend op het werk van onder andere Ann Rigney over culturele herinnering en Stefan Dudink over de totstandkoming van het homomonument in Amsterdam. Op grond van de inzichten die dat oplevert trek ik voorzichtig conclusies over de toekomst van de herinnering aan De Haans leven en werk, en over schrijvers en literatuur als object van culturele herinnering.

15:45 Korte pauze

16:00 Voordracht VU-studenten

16:15 Afsluiting

Aanmelden
  • Datum 6 juni
  • Tijd 12:30 - 17:00
  • Prijs Aanmelden