31 augustus 2021

‘Hier ben ik’, zeg je

Een shabti voor koning Senkamanisken

De archeologische collectie van het Allard Pierson bevat een half dozijn objecten uit het oude Nubië. Dit cultuurgebied valt grotendeels samen met het noorden van het huidige Soedan. Het was ook het gebied waar het rijk van Koesj gelegen was. Al sinds de oudheid zijn Nubië en Egypte onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Nijl fungeerde daarin als verbindingsweg voor onder andere handel, diplomatie maar was ook bron van gewapende conflicten. Onder de Nubische voorwerpen in het Allard Pierson is een bijzonder object dat in 1917 is opgegraven in een van de piramiden te Noeri en in 2021 in de collectie van het Allard Pierson is opgenomen: een shabti van de Koesjitische koning Senkamanisken.

Magische hulp

Shabtis zijn kleine grafbeeldjes, vaak gemaakt van faience en soms van aardewerk, steen of hout. De beeldjes komen in Egypte al voor sinds de twaalfde dynastie (1976-1794 v.Chr.). Regelmatig zijn ze voorzien van een spreuk uit het Oudegyptische Dodenboek die de shabti op magische wijze oproept om het werk van de overledene in het hiernamaals uit te voeren: ‘[…] O shabti! Als iemand koning Senkamanisken […] oproept om werk te doen, […] “Hier ben ik”, zeg je.’ Om die reden dragen shabtis regelmatig landbouwgereedschap zoals gereedschap om te ploegen (in de handen) of een tas voor zaaigoed (op de rug). In het ideale geval ging er één shabti voor elke dag van het jaar en dan nog één per tien (een opzichter) mee in het graf. Een complete set kon ongeveer 400 exemplaren omvatten. Vanaf de vijfentwintigste dynastie (746-664 v.Chr.) bliezen de Nubische koningen het gebruik van shabtis weer nieuw leven in. Senkamanisken (643-623 v.Chr.) heeft voor zover bekend het grootste aantal shabtis voor één persoon in zijn graf meegekregen: 1277. Hiervan zijn er 410 van serpentijn, een steensoort die onder andere in het noordoosten van Soedan te vinden is. Elk van deze shabtis is uniek en de opgravers onderscheidden minstens drie verschillende typen. Deze shabtis zijn na de opgraving van Senkamanisken’s piramide te Noeri in 1917 bijna allemaal in het Nationaal Museum van Soedan in Khartoem en in het Museum of Fine Arts in Boston terechtgekomen. Slechts een paar zijn in andere museale collecties te vinden.

Detail van de hiëroglifische tekst op de shabti met de naam van Senkamanisken in een cartouche

Opgraving

De opgraving in 1917 werd uitgevoerd door de Amerikaan George Andrew Reisner (1867-1942) die systematisch een aantal belangrijke vindplaatsen in Soedan opgroef. Deze opgravingsactiviteit hing samen met de bouw van een dam bij Aswan, waarbij veel vindplaatsen en monumenten onder water zouden verdwijnen. De piramiden van Noeri zijn na Reisner’s werk en de bouw van de dammen bij Aswan gelukkig niet onder water verdwenen, maar sinds kort lopen ze wel gevaar door de bouw van nieuwe dammen in de Nijl. Een aantal van de grafkamers onder de piramiden zijn daardoor al onder de grondwaterspiegel verdwenen.

De piramide van Senkamanisken te Noeri, momenteel grotendeels overdekt met zand (foto P. Onderka)

Senkamanisken

In tegenstelling tot de Nubische koningen van de vijfentwintigste dynastie die over Koesj én Egypte heersten, weten we van hun opvolgers relatief weinig. Ook Senkamanisken is vooral bekend van zijn piramide en een tempel die hij samen met zijn vader Atlanersa bouwde bij Gebel Barkal, het belangrijkste religieuze centrum van de Napatese vorsten vlakbij Noeri. Senkamanisken’s koningin Amanimalel is begraven in piramide 22 en een prachtig beeld van haar is aangetroffen in de grote Amontempel van Gebel Barkal. Met een tweede vrouw Nasalsa (piramide 24) had Senkamanisken twee zoons die hem achtereenvolgens opvolgden. Ondanks dat Egypte niet meer onder Koesjitische controle was, claimde Senkamanisken op symbolische wijze nog steeds aanspraak op Egypte. Dit is onder andere te zien aan de dubbele cobra (Koesj én Egypte) op het voorhoofd van de shabti en op verschillende beelden van zijn opvolgers. Zijn zoons kregen te maken met een interne machtsstrijd en met een inval van de Egyptische farao Psamtik II in 593 v.Chr. waarbij onder andere kolossale beelden van Taharqa en Senkamanisken werden vernield en begraven. Desondanks lieten de Koesjitische koningen en hun families zich nog steeds te Noeri begraven om in een latere periode opnieuw met de Ptolemaeïsche en Romeinse noorderburen te wedijveren om invloed, maar ook als vanouds relaties aan te gaan.

Standbeeld van Senkamanisken gevonden te Dokki Gel (foto Tobeytravels Wikimedia Commons CC BY-SA 2.0)

De aankoop van de shabti in juli 2021 was niet mogelijk geweest zonder de genereuze steun van het Mondriaan Fonds, Vrienden van het Allard Pierson/Amsterdams Universiteitsfonds en het Fonds Asklepios.

Foto banner: de piramiden van Noeri in Soedan (foto Nuri Archaeological Expedition / J. Partridge)

Ben van den Bercken

Ben van den Bercken is conservator Collectie Egypte bij het Allard Pierson. Hij nam deel aan opgravingen in Egypte en richt zich momenteel op onderzoek naar mummieportretten en de geschiedenis van de collectie Egypte van het Allard Pierson. Alle artikelen van Ben van den Bercken