20 april 2020

Crisiskoken: de hooikist

Door uitgevallen theaterbezoekjes, sporttrainingen en koorrepetities is er plots alle tijd om uitgebreid te koken. Eindelijk eens een taart uit dat patisserieboek bakken en vlees urenlang laten pruttelen voor de perfecte stoof. Die weelde was tijdens de crises van begin twintigste eeuw ondenkbaar. Niet alleen was voedsel schaars, ook met brandstof diende je uiterst spaarzaam te zijn. Oplossing? De hooikist.

Het idee van een hooikist is heel simpel. Je brengt een pan groenten, rijst of peulvruchten aan de kook op een fornuis en plaatst die vervolgens in een geïsoleerde omgeving – een kist met hooi, een dikke stapel kranten, een slaapzak – waar hij zo langzaam afkoelt, dat het eten in de pan rustig doorgaart. Deze methode bespaart brandstof, maar scheelt ook een plekje op het fornuis en voorkomt aangebrand eten.

Hooikist “Het Spaarvarken” van Blauwe Express Rotterdam, met stempel van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen (1930-1940), Museum Rotterdam 

Hoewel dit soort gaartechnieken eeuwenoud zijn, werd het concept ‘hooikist’ eind negentiende eeuw vanuit Denemarken in Nederland geïntroduceerd. Historicus Jon Verriet, die in 2014 de Joop Witteveenprijs won met een paper over de hooikist, wijst aan dat de kist begin twintigste eeuw een ware hype werd. Cijfers zijn lastig te geven: hoewel er hooikisten te koop waren (ze waren niet goedkoop, Verriet schrijft dat je in 1901 voor hetzelfde geld 7 kilo suiker of 22 kilo brood kon kopen) fabriceerden veel mensen thuis zelf een geïsoleerde kist. Kookboeken legden uit hoe je dat kon doen en hoe je een hooikist diende te gebruiken.

Zo schreef Martine Wittop Koning in Eenvoudige berekende recepten (1901) dat garen in een hooikist ongeveer drie keer langer duurt dan koken op het fornuis. Meelspijzen in melk (als rijstepap), erwten, bonen, droge rijst en gort zijn zeer geschikt voor de kist, maar aardappelen kun je beter op het vuur koken, tenzij je er stamppot van gaat maken.

Zelf een hooikist maken (1914-1918). Fotograaf Marie Goslich, Wikipedia Commons

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd brandstof schaars en groeide de populariteit van de hooikist. Aparte handleidingen verschenen, zoals Het gebruik van de hooikist: benevens eenige recepten. Behandeling en bereidingstijd van diverse spijzen (1917), Hooikist en kookzak. Hoe te maken, hoe te gebruiken (4e druk 1917) en Koken in hooikist en kranten in verband met gasbesparing (1917). Ze zijn allemaal te vinden in de Collectie Geschiedenis van de Voeding.

'De Hooikist: Hoe wij den winter 1917-1918 te gemoet kunnen zien' (1917), De Nederlandse arbeidersbeweging, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam.

Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog was er wederom veel belangstelling voor deze zuinige manier van koken. Dat zie je ook terug in de vele oorlogskookboeken die werden uitgegeven. Zo schreef A. Geurts in Oorlogs-kookboek (1940) dat de hooikist, vijfentwintig jaar eerder in vrijwel elk gezin aanwezig en vervolgens wat vergeten, in deze tijden van brandstofschaarste weer een goede dienst kon bewijzen. Maak hem zelf door een kussen te vullen met hooi, houtwol, zeegras of turfmolm en vul gaten met krantenpapier. Geen kist? Geen probleem, sla dan een dikke stapel kranten om een pan. In tegenstelling tot het begin van de eeuw raadde Geurts lezers af om groenten in de hooikist te bereiden: de vitaminen zouden uit de groenten vervliegen als ze zo lang in water lagen te stoven.

Een hooikist in The World book : organized knowledge in story and picture (1918)

Hoewel de hooikist na 1945 uit de Nederlandse huishoudens verdween – met uitzondering van padvinders en kampeerders, die op reis graag gebruik maakten van isolerende slaapzakken voor hun pannen – zie je hem de laaste jaren weer opduiken. Niet gek, want een hooikist gebruiken is een duurzame, zuinige manier van koken. Websites leggen uit hoe je een hooikist bouwt, maar je kunt ook reeds gemaakte geïsoleerde zakken en pannen kopen. Nu hebben we alle tijd om ze uit te proberen.

Ecostoof
Charlotte Kleyn

Culinair journaliste Charlotte Kleyn is plaatsvervangend conservator van de collectie Geschiedenis van de Voeding. Zij schrijft onder meer in Het Parool over eten en publiceerde in 2018, aan de hand van onze collectie kookboeken, samen met haar vader het boek Luilekkerland: 400 jaar koken in Nederland. Begin 2021 verschijnt haar eerste soloboek: TREK, Verhalen en recepten uit herbergen, kombuizen en picknickmandjes. Alle artikelen van Charlotte Kleyn

Algemene cultuurgeschiedenis
Sterren 23 februari 2018