23 maart 2019

Nieuwe aanwinst: de atlas van Saksen door Petrus Schenk jr. uit 1760

Begin 2019 kon het Allard Pierson een bijzondere atlas kopen. Het is een in 1760 te Amsterdam geproduceerde atlas van Saksen, uitgegeven door Petrus Schenk Jr., de zoon van de uit Duitsland afkomstige Petrus Schenk, die zich aan het eind van de zeventiende eeuw in Amsterdam vestigt. Beide Schenks onderhielden goede contacten met Duitsland. Schenk senior had ook een boekhandel in Leipzig, waar hij waarschijnlijk elk jaar een tijd verbleef – hij overleed er ook in 1711. Zijn zoon zette het bedrijf zowel in Amsterdam als Leipzig voort, en diens zoon, Petrus III, voegde er nog een zaak in Dresden aan toe.

De titelpagina (Amsterdam Allard Pierson, HB-KZL 1808 A 28).

De kaarten in de atlas zijn het werk van Adam Friedrich Zürner (1679-1742), predikant in Skassa bij Großenhain in Saksen en zeer geïnteresseerd in geografie en cartografie. In 1711 maakte hij een kaart van het gebied rond Großenhain. Hij bood de kaart aan aan de keurvorst van Saksen, Augustus II de Sterke, die hem direct vroeg om een soortgelijke kaart van het gebied rond de Saksische hoofdstad Dresden te maken. Na voltooiing daarvan kreeg Zürner de opdracht alle districten (Ämter) van Saksen te karteren. Eerst maakte hij een overzichtskaart van het keurvorstendom, Neue Chursächsische Post-Charte in 16 bladen, die in 1718 klaar was. Vervolgens tekende hij 40 algemene en 40 bijzondere kaarten, die gebonden werden in de Atlas Augusteus der Chursächsische Lande. Na Zürners dood werkten zijn medewerker Paul Trenckmann en zijn zoon de kaarten uit deze atlas bij en lieten deze door Petrus Schenk Jr. in druk uitgeven. Merkwaardig genoeg wordt Zürners naam in die gedrukte atlas niet vermeld, we vinden zijn naam op slechts vier kaarten.

Kaart van Großenhain uit Schenks Atlas (Allard Pierson, HB-KZL 1808 A 28)

Schenk was overigens niet onbekend met Zürners werk. Kort na 1711 had hij al de kaart van Großenhain gedrukt, en later drukte hij enkele andere kaarten. Maar door de contacten met Trenckmann en Zürner jr. kwam de productie van kaarten van Saksen in Amsterdam pas goed op gang. Op 10 februari 1745 adverteerde Schenk in de ’s Gravenhaegse Courant met diverse kaarten::

Te Amsterdam by Petrus Schenk, voor aen in de Nes, by den Vygendam, (…) maekt ook bekend aen de Liefhebbers, die Atlassen verzamelen van particuliere Kaerten, dat op nieuw uytgekomen zyn: Vier zeer nette en accurate Kaerten van ’t Vorstendom Halberstadt, Quedlinburg en Wernigrode, ’t Vorstendom Altenburg en Ronneburg, de Saxise Ampten Annaburg, Pretzsch, Torgau, Sweinitz en Muhlberg en ’t Schonburgise, Waldenburg, Wechselburg en Zwickau, &c.; nevens nog particuliere Stukken van ’t Ampt Leypzig, Magdeburg en Halle, Hertogdom Weissenfels, Wurtzen en Eulenburg, Delitz en Bisterfeld, Grossen Hain, Post-Kaert van Saxen en Steedewyzer van Saxen, &c. Het stuk tot 6 st.

In 1752 vond Schenk dat hij genoeg kaarten had om ze als een atlas uit te gegeven. Het enige wat daarvoor nog moest gebeuren was het drukken van een titelpagina. De eerste titelpagina uit 1752 had de Latijnse hoofdtitel Atlas Saxonicus Novus – de rest van de titel was in het Duits gesteld. In 1753, 1757 en 1760 volgden herdrukken met een volledig Duitse titel, Neuer Sächsischer Atlas. Deze titelpagina’s zijn gedrukt in een gothische letter die we in Amsterdamse drukken uit die tijd niet tegenkomen. Het is dan ook vrijwel zeker dat ze in Leipzig zijn gedrukt, mogelijk door Johann Gottfried Immanuel Breitkopf, die ook een geografische beschrijving bij de atlas drukte en de atlas in commissie verkocht.

Schenk bleef gedurig kaarten aan de atlas toevoegen. In 1754 waren er volgens een advertentie 34 kaarten, een aantal dat later dat jaar tot 36 toegenomen was. In 1757 waren er 40 kaarten en in 1760 maar liefst 58 – maar daarbij zijn 13 prenten meegeteld, die op verzoek bijgebonden konden worden. Een inhoudsopgave van de kaarten is voor de atlas  nooit gedrukt, soms blijkt een prospectus als inhoudsopgave gebruikt te zijn. Het gevolg van enerzijds het toenemende aantal kaarten en anderzijds van het ontbreken van een inhoudsopgave is dat er een groot verschil is in het aantal kaarten en de volgorde van de kaarten in de diverse atlassen. Voor mijn onderzoek voor de Atlantes Neerlandici heb ik van 26 atlassen de volledige inhoud gefotografeerd. Het aantal kaarten varieert tussen de 31 en 67, de volgorde is in geen twee atlassen compleet gelijk, en het jaartal op de titelpagina komt niet altijd overeen met de kaarten (er zijn atlassen met een titelpagina van 1752, die kaarten uit 1760 bevatten).

Rechterhelft van de kaart van het Ertsgebergte met een voorstelling van de mijnbouw.

Het zal duidelijk zijn dat de Atlas van Saksen vooral bedoeld was voor de markt in Saksen. Maar advertenties in Nederlandse kranten getuigen ervan dat Schenk er toch ook wel een aantal in Nederland hoopte te verkopen. Dat is wellicht maar matig gelukt, want van de 25 door mij bestudeerde exemplaren waren er slechts twee – eigenlijk maar één – in Nederland: in de Koninklijke bibliotheek in Den Haag een exemplaar met 56 kaarten en een titelpagina van 1759, en in de Universiteitsbibliotheek van Delft is een samengestelde atlas aanwezig met 121 kaarten, waarvan 38 kaarten uit deze atlas van Saksen komen, maar geen titelpagina. Toen dan ook een met 1760 gedateerde atlas op de veiling van Reiss & Sohn in Königstein am Taunus werd aangeboden, was de beslissing gauw genomen om te proberen deze atlas voor het Allard Pierson te verwerven. Met hulp van de Vrienden van Bijzondere Collecties is het gelukt het ‘winnende bod’ uit te brengen, zodat het Allard Pierson nu verrijkt is met een bijzondere atlas, die in Amsterdam gemaakt is voor de Saksische markt, en in dit aspect uniek genoemd mag worden.

Mijnwerkers in een mijngang. Detail van de kaart van het Ertsgebergte.

Het is de bedoeling dat in de jaargang 2020 een uitgebreidere versie van deze blog als artikel in het tijdschrift Caert-Thresoor geplaatst wordt.

Peter van der Krogt

Dr. Peter van der Krogt (1956) schreef een proefschrift over de productie van aard- en hemelglobes in de Nederlanden en is de auteur van de serie Koeman’s Atlantes Neerlandici, een bibliografie van in Nederland verschenen atlassen. Hij is Jansonius-conservator en hoofd van het onderzoeksprogramma Explokart bij het Allard Pierson. Alle artikelen van Peter van der Krogt