01 mei 2020

1941: met een circus op reis

Op 23 juni 1941, dertien maanden na de inval van de Duitsers in Nederland op 10 mei 1940, vertrekt van het Centraal Station in Amsterdam een bijzonder transport. Een zeer succesvol joods ondernemer en filantroop vertrekt met toestemming van de nazi’s uit Nederland. Zijn eerste bestemming Spanje. Het einddoel is de Verenigde Staten.

programmaboekje eerste voorstelling 1936

In zijn gezelschap zijn twaalf andere reizigers met een J in hun persoonsbewijs - een stempel dat bij Joden werd aangebracht op deze identiteitskaart. In Bergen op Zoom worden aan dit transport nog zestig kisten administratie, negentien paarden en 116 stuks vrachtgoed, zeven voertuigen en ruim 5000 kg circusmateriaal toegevoegd. En niet de vergeten, één SS-begeleider.

In de theatercollectie van het Allard Pierson bevindt zich het Circus Kavaljos-archief. Dit particuliere circus werd opgericht in 1934 door Bernard van Leer (1883-1958). Hij is dan een succesvol zakenman en groot paardenliefhebber. Van Leer is rijk geworden door het produceren van olievaten en het beheren van een unieke gepatenteerde vatensluiting. Deze selfmade man wist na de Eerste Wereldoorlog met een mengeling van bluf, intuïtie en keihard zakendoen verschillende succesvolle ondernemingen op te richten. Met zijn rusteloze, perfectionistische karakter en zijn instelling ‘niets is onmogelijk’ veroverde hij de wereld. Het dresseren van paarden is zijn grote hobby, de enige vorm van ontspanning in zijn drukke bestaan.

maquette van het Circus Kavaljos in de Vondelstraat.

In 1934 huurt Bernhard van Leer een terrein van De Hollandsche Manege in de Vondelstraat te Amsterdam . Hij geeft de architecten Piet Grossouw (1890-1957) en Ad Grimmon (1883-1953) opdracht een transportabel saloncircus naar frans model te ontwerpen. Groussouw is tevens echtgenoot van Fien de la Mar, de latere stichter van theater De La Mar.

Het saloncircus krijgt een piste van 13 meter, met daaromheen logevakken met luxueuze stoeltjes. Hij noemt het circus Kavaljos. Het is onduidelijk waar deze naam vandaan komt. Mogelijk heeft het te maken met het Spaanse woord caballo (paard), uit te spreken als kavaljo, of met het woord K(C)avalerie. Hij huurt Adolfi van Os in, de hogeschoolrijder van Circus Krone, en perschef Cees van Dam. In 1936 beginnen de voorstellingen. De baten komen ten goede aan liefdadigheidsinstellingen. Circus Kavaljos is direct een groot succes

Terug naar 1941, vijf jaar later. Al maanden heeft Van Leer onderhandeld met de Duitsers om zijn ondernemingen te verkopen. Aan het begin van de oorlog levert hij ook aan de Duitsers, dat maakt hem geschikt als gesprekspartner. Bovendien zijn fabrieken belangrijk voor de oorlogsindustrie. Van Leer begrijpt heel goed dat hij onderhandelt met zijn rug tegen de muur, maar na vele gesprekken met terugkoppelingen naar Berlijn, Londen en New York, sluit hij in mei 1941 een overeenkomst voor de verkoop van zijn bezittingen. Een belangrijke voorwaarde voor Van Leer is dat hij, behalve voor zijn familie, ook voor zijn circus een vrijgeleide naar Amerika krijgt.

De reis van de familie Van Leer en het circus verloopt als een spannend jongensboek. Na het vertrek in de ochtend van 23 juni uit Amsterdam en een korte tussenstop in Den Haag, bereiken ze voorspoedig eind van de middag Parijs. Daar verblijven ze drie dagen, wachtend op verschillende visa. Bovendien is het geboekte schip dat hen naar Amerika zal brengen al tweemaal gewijzigd. Vervolgens stranden ze in Irun, een Spaans stadje op de grens Spanje en Frankrijk. Door hun zoektocht naar zowel een manier om over te steken naar de vrije wereld als naar de juiste papieren, loopt de spanning hoog op. Ondertussen staan er negentien paarden in de hitte wachten. Uiteindelijk vertrekken op 2 juli negen leden van het gezelschap,  zonder noemenswaardige bagage, uit Bilbao richting Cuba. Drie weken later komen ze aan in New York.

De overige vijf leden van het gezelschap, de bagage en de paarden zitten ondertussen in Madrid. Het is een enorme opgave om visa te krijgen en toestemming voor transport. Na veel bellen, telegraferen en steekpenningen uitdelen kan de groep dan eindelijk op 3 augustus vertrekken. Twee weken later komen ze aan op Curaçao, en vervolgens eind augustus in New York.

Daar heeft Bernard van Leer ondertussen niet stil gezeten. Hij heeft contact gelegd met theaterproducent Leon Leonidoff. De paarden worden weer opnieuw getraind en met kerst geeft “Van Leer’s famed Performing Horses” een aantal shows in de Radio City Music Hall. Het publiek succes is enorm, de shows zijn allemaal uitverkocht en er staan lange rijen voor de deur. Dit is mede dankzij de uitgebreide berichtgeving over deze ‘four-footed refugees from Holland’ in alle grote dag- en weekbladen. Wel is het zakelijk gezien een flop: de uitgaven zijn twee keer zo hoog als de inkomsten.

In de rij voor "Van Leers famed performing horses".

Toch ziet van Leer kans om in het voorjaar van 1942 een ‘Holland Classical Circus’ op te tuigen, samen met onder andere het uit Duitsland uitgeweken dansgezelschap Kurt Jooss Ballet onder leiding van Lucas Hoving. En uiteraard met zijn negentien paarden. Al na een paar weken strandt het circus in Fayetteville, North Carolina. Het geld is op.

Na de oorlog komt Bernard van Leer terug en bouwt hij zijn imperium weer op. De paarden, de tent en al het circusmateriaal komen weer naar Nederland en worden in 1953 geschonken aan de Stichting Kavaljos, die onder andere samen met Circus Strassburger Ahoy in Rotterdam bespeelt. De opbrengsten komen in de Van Leer Foundation, een fonds dat na de dood van Bernard van Leer is opgericht en nog altijd bestaat.

Bernard van Leer in de kleedkamer

Literatuur:

Pauline Micheels. De vatenman. Bernhard van Leer (1883-1958. Amsterdam, 2002.

Archief: https://archives.uba.uva.nl/resources/ubainv499

Hans van Keulen

Hans van Keulen (1960) studeerde rechten aan de UvA maar heeft nooit als jurist gewerkt en belandde direct in de museumwereld. Zijn carrière startte bij het Joods Historisch Museum en vervolgens werkte hij bij Het Filmmuseum, was directeur van een historisch museum in Gouda, hoofd presentatie bij het Universiteitsmuseum Utrecht en werkte sinds 2002 bij het Theater Instituut Nederland als hoofd Collectie en Presentatie. Na de opheffing van TIN is Hans mee verhuist in 2013 met de theatercollectie naar wat nu heet Allard Pierson en geeft hij leiding aan het team van de uitvoerende kunsten. Inmiddels behaalde Hans zijn master Kunstgeschiedenis Gouden Eeuw. Daarnaast is Hans lid van de RvT van theater de Veste in Alkmaar. Alle artikelen van Hans van Keulen