27 mei 2020

Overtooms Welvaren

Door: Marike van Roon

Het bekende schilderij van de winkel van Pieter Meijer Warnars op de Vijgendam in Amsterdam uit 1820, geschilderd door Johannes Jelgerhuis, geeft een mooi beeld van de bloeiende boek- en prentwinkel. Maar het vertelt ook over een gebeurtenis die Amsterdammers niet kon zijn ontgaan: de veiling van de laatste katoendrukkerij van Amsterdam, Overtooms Welvaren.

De winkel van Pieter Meijer Warnars, Johannes Jelgerhuis, 1820.

Tegen de boekenkast, achter de toonbank, hangt de aankondiging van deze veiling, die plaats zou vinden op 19 en 27 juni. De tekst, die op dit schilderij met moeite te lezen is, werd ook gepubliceerd in de Opregte Haarlemsche Courant van 25 mei en 8 juni 1820 en de Rotterdamsche Courant van 10 juni 1820:

“A. DOUBLET, G. SCHIMMEL en B. LANGERHUIZEN, Makelaars, zullen op Maandag den 19 Junij 1820, in het Lokaal voor publieke Verkoopingen, genaamd het O. Z. Heeren-Logement, te Amsterdam, des avonds ten 5 uren, door de Notarissen HANSSEN en HAPPÉ doen verkoopen: N°. 1. De van ouds zeer gerenomeerde KATOENDRUKKERIJ, met deszelfs kapitale Loodsen en Erven, genaamd OVERTOOMS WELVAREN; staande aan den Overtoom, onder Nieuwer-Amstel, Wijk 8, N° 1068. — N°. 2. Een welgesitueerd ZOMER- en WINTER-VERBLIJF, met deszelfs dubbelde Heeren-Huizinge, Koetshuis en Stallinge en verdere Getimmerten, mitsgaders groote Tuin, Bosch en Koepel, te zamen groot 2 Morgen, staande naast N°. 1. en geteekend Wijk 8, N°. 1069.— (N°. 1 en 2. zullen eerst ieder afzonderlijk en vervolgens te zamen in slag gelegd worden.) — N°. 3. Een AFKOKERIJ en ERVE, bestaande in diverse Loodsen, Stallinge, Hooischuur en Erve, mitsgaders Boerderij-Stalling voor 16 stuks Hoornvee, en een stuk Land, groot circa 1 Morgen […]. Nog zullen gemelde Makelaars, ten overstaan van voornoemde Notarissen, op Dingsdag den 27 Junij 1820, in voormelde Katoendrukkerij, verkoopen: Alle de GEREEDSCHAPPEN, als: Koperen en Looden Ketels, Kuipen en Vaten, Druktafels, Kloppers, Stijgers, een extra groote partij Drukplaten, benevens eenige Materialen, als: IJzernat enz. en verdere ingrediënten tot een Katoen-Fabriek behoorende, en het geen verder zal ten verkoop worden aangeboden. Breeder bij Notitie, intijds bij gemelde Makelaars te bekomen.”

Waarschijnlijk was de prominente plaatsing van de banier in de winkel, vóór de boeken, een vriendendienst; zowel Pieter Meijer Warnars als de laatste eigenaar van de katoendrukkerij Jacob de Clercq waren Amsterdamse doopsgezinden.

Welvarend waren ze, de katoendrukkers in Amsterdam, gevestigd langs de Overtoom. Ooit leverden ze tot ver over de grenzen, totdat ze weggeconcurreerd werden door buitenlandse bedrijven. Lang werden bonte katoentjes, de zogenaamde sitsen, uit India geïmporteerd. Pas in 1678 lukte het enkele Amsterdammers het vervaardigingsproces te imiteren. Dat was niet eenvoudig: de Indiërs maakten gebruik van beitsen. Dat wil zeggen dat het patroon niet direct in kleur wordt aangebracht, maar met een beits. Deze is in eerste instantie niet zichtbaar, maar maakt de katoen wel ontvankelijk voor verf. Het patroon verschijnt pas als de katoenen lap in een verfbad wordt ondergedompeld. Door een uitgekiende combinatie van beitsen, zouten en verfstoffen kunnen bont gedecoreerde stoffen worden gemaakt, die ook nog eens zeer licht- en wasecht zijn.

Voor de vervaardiging was wel veel schoon water nodig, naast graslanden voor de bleek en goede aanvoer- en afzetmogelijkheden. De waterwegen rond Amsterdam boden dat allemaal. In de loop van de zeventiende en achttiende eeuw vestigde de ene na de andere katoendrukker zich aan de Overtoom. Er werkten verbazingwekkend veel mensen; rond 1750 waren er rond de tachtig bedrijven in Amsterdam en verdienden duizenden mannen, vrouwen en kinderen direct of indirect hun brood in deze bedrijfstak. Maar dan gaat het mis. Bedrijfsspionage is van alle tijden en loslippige medewerkers ook, met als gevolg dat de zeer gespecialiseerde kennis van de Amsterdamse bedrijven werd meegenomen naar het buitenland. In Zwitserland, de Elzas en Duitsland vestigden zich de grootste concurrenten. Eind achttiende eeuw stortte de Amsterdamse katoendrukkerij in. Een van de laatste bedrijven was ‘Overtooms Welvaren’.

In 1892 schonken twee nazaten een dik stalenboek van het voorvaderlijk bedrijf aan het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap (KOG). Het gaat om ontwerpen in aquarel en op papier gedrukte patronen uit de laatste twee decennia van de achttiende eeuw, vooral in Lodewijk XVI-stijl. Zij zijn niet alleen voor de katoendruk bedoeld, maar ook voor het bedrukken van papier. Veel bedrijven stapten hierop over toen de afzet van de katoentjes inzakte. Bij het KOG bevindt zich ook een doosje met geaquarelleerde ontwerpen die van later datum lijken te zijn. De meer abstracte composities met regelmatig geplaatste, kleine motiefjes zijn zo rond 1800 te dateren.

Tot voor kort was dit het enige dat van zo’n 150 jaar Amsterdamse katoendrukkerij bewaard was gebleven. Tot voor kort, zeg ik, want enige tijd geleden belandde er een mapje op mijn bureau uit de verzameling Amstelodamica van A.M. van de Waal, die zich al sinds 1969 bij ons bevindt. Een blik op de inhoud maakte duidelijk dat het hier ging over ontwerpen voor een katoendrukkerij. Vergelijking met de ontwerpen bij het KOG nam elke twijfel weg: het gaat hier om een dertigtal ontwerpen van de Amsterdamse katoendrukkerij ‘Overtooms Welvaren’. Verbazingwekkend modern en een zeldzame herinnering aan een ooit bloeiende bedrijfstak.

Bronnen:

W.J. Smit. De katoendrukkerij in Nederland tot 1813. Rotterdam 1928.

W. Terlage. ‘Bloeiende katoendrukkunst op en rond de Overtoom van circa 1670 tot 1820’. In: J.W.M. Sickmann e.a. De Overtoom en de Dubbele Buurt. Historisch knooppunt van land- en waterwegen. Amstelveen 1999, p. 63–84.

Dit is een geactualiseerde versie van twee blogs die in 2018 verschenen.

Marike van Roon was tot juli 2021 hoofdconservator van het Allard Pierson.

Geschiedenis van Amsterdam